Menu
U bent hier: Home » Apitherapie » Honing in apitherapie » Manukahoning

Mānukahoning

Wat is Mānukahoning?

Mānukahoning is een monoflorale honing geproduceerd uit nectar van de Mānukaboom (Leptospermum Scoparium), die uitsluitend voorkomt in Nieuw-Zeeland en Zuidoost-Australië.

Mānukahoning heeft een unieke en zeer sterke smaak en is donkerbruin van kleur. Mānukahoning staat bekend voor zijn speciale antibacteriële eigenschappen, die worden uitgedrukt in een UMF- of MGO-waarde (zie verder).

Waar moet ik als consument op letten?

  1. Vermijd verpakkingen waar nergens een verwijzing naar UMF of MGO wordt gemaakt. Zie je met andere woorden een etiket met eenvoudigweg "Mānukahoning 10+" op, dan zou het wel eens kunnen dat men het heeft over een TAA of totale activiteit van 10+, inclusief waterstofperoxide activiteit (zie verder). Men liegt niet op deze verpakkingen, maar kiest ervoor essentiële informatie weg te laten, en zo de consument om de tuin te leiden.
     
  2. Zoek een honing met UMF van minstens 4,5 of 5. Vanaf dan spreken we over een actieve Mānukahoning. Een UMF <4 is verwaarloosbaar.
     
  3. Indien een bedrijf gebruik maakt van MGO in plaats van UMF, kijk dan uit voor een MGO-waarde van ten minste 85+.
     
  4. Zie je Mānukahoning te koop aan een spotprijsje? Dan heb je misschien ook wel te maken met een spot product. Zelfs inwoners van Nieuw-Zeeland betalen algauw meer dan $30,- (€20) voor een potje Mānukahoning met UMF 5. In Europa betaal je natuurlijk nog meer door transport- en invoerkosten.

Antibacteriële componenten van (Mānuka)honing

Elke zuivere, onverhitte honing heeft drie eigenschappen waardoor honing beschouwd kan worden als antibacterieel. Hierdoor wordt honing sinds jaar en dag gezien als een soort wondermiddel tegen kwaaltjes en voor wondheling.


1. Waterstofperoxide

Alvorens men waterstofperoxide juist had geïdentificeerd, verwees men ernaar onder de naam inhibine. Waterstofperoxide wordt gegenereerd door het enzym glucoseoxidase, dat aan de nectar wordt toegevoegd door bijen tijdens het verwerkingsproces. Dit enzym, en bijgevolg ook waterstofperoxide, is gevoelig aan licht en warmte, waardoor het beter is om honing nooit te verwarmen boven de 50°C, en hem altijd op een donkere plaats te bewaren.

2. Laag vochtgehalte

Het aandeel water in honing ligt tussen de 15% en de 21%. Door de interactie van de watermoleculen met monosacharide moleculen (de meest eenvoudige vorm van suiker) is slechts een kleine en ontoereikende hoeveelheid water beschikbaar voor de groei van bacteriën.

3. De zuurtegraad

Door de relatief hoge zuurtegraad (pH 3,2 < X < 4,5) is honing een ongeschikte omgeving voor bacteriën om in te groeien en te overleven.

Verder bestaat er nog een vierde antibacteriële component dat niet in elke honingsoort voorkomt, namelijk:

4. Non-peroxide antibacteriële activiteit

Deze vorm van antibacteriële activiteit is enkel terug te vinden in Mānukahoning.

Unique Mānuka Factor (UMF) en Methylglyoxal (MGO)

Niet alle Mānukahoning heeft een hoge non-peroxide antibacteriële activiteit! Om de graad van deze “unieke” non-peroxide antibacteriële activiteit aan te geven aan de consument, bedacht professor Peter Molan van de Waikato University Honey Research Unit de eenheid ‘UMF’ (Unique Mānuka Factor). Men test de antiseptische kracht van Mānukahoning door ze te meten aan een standaard antiseptisch middel (fenol of carbolzuur) om zo de UMF te bepalen. UMF 15+ heeft dezelfde antibacteriële of antiseptische werking als een 15% fenol/water oplossing. UMF 5+ komt overeen met 5% fenol/water, UMF 10+ met 10% fenol/water, enz.

UMF is een internationaal handelsmerk, en enkel eigenaars van een geregistreerde licentie mogen de UMF schaal hanteren. Deze handelaars voldoen aan vooropgestelde criteria, waarbij wordt nagegaan of het product dat ze leveren natuurlijke, onvervalste Mānukahoning is die de unieke non-peroxide antibacteriële activiteit bevat. Ook is men er streng op dat deze informatie waarheidsgetrouw overgebracht wordt op het etiket. 

Deze factor ligt meestal tussen 0 en 20, waarbij 20 de hoogste factor is (maar zeer zelden voorkomt).

De UMF in Mānukahoning is afhankelijk van twee factoren:

1. Zuiverheid

De term ‘monoflorale’ honing is deels misleidend. Een monoflorale honing bevat altijd een aandeel aan andere nectarsoorten dan enkel de soort waarnaar de honing genoemd is. Monoflorale honing is eigenlijk ‘overwegend één soort’. Hierdoor kan de graad van zuiverheid schommelen tussen 50% en 100%. Hoe groter het aandeel aan Mānuka nectar in de honing, hoe hoger de UMF.

2. Geografische oorsprong

Voornamelijk Mānukahoning afkomstig uit het noorden van Nieuw-Zeeland is gekend voor zijn hoge UMF. Andere regio’s in Nieuw-Zeeland produceren Mānuka met een variabele Unique Mānuka Factor, of zelfs Mānukahoning waar geen non-peroxide antibacteriële activiteit gedetecteerd wordt.

In plaats van de UMF schaal te gebruiken, kan men volgens Professor Thomas Henle van de Universiteit Dresden de non-peroxide activiteit ook meten door de hoeveelheid Methylglyoxal die aanwezig is in de honing na te gaan. Dit kan gaan van 30mg/kg tot 900mg/kg. Ook hier geldt: hoe hoger de waarde, hoe beter. Een MGO-waarde van ongeveer 85 mg/kg is vergelijkbaar met UMF 5, om UMF 10 te bekomen moet je uitkijken voor een MGO-waarde van 263 mg/kg. Voor UMF 15 loopt de methylglyoxal waarde al op tot 514 mg/kg.

Vraag Vs. Aanbod

Omdat de waterstofperoxide antibacteriële activiteit die voorkomt in alle zuivere honingsoorten niet effectief is tegen alle soorten bacteriën is Mānukahoning zeer gegeerd. Elk jaar wordt er echter slechts 1500-2000 ton Mānukahoning geoogst, waarvan niet alle honing een hoge UMF heeft. De vraag naar Mānukahoning stijgt wereldwijd, maar het aanbod is onvoorspelbaar en onzeker. Al deze factoren zorgen ervoor dat de prijs van Mānukahoning gestaag stijgt.

De consument wordt vaak bedot

Helaas kunnen we vaststellen dat enorm veel bedrijven misbruik maken van het bestaan van de UMF schaal. Deze schaal dient namelijk enkel om de non-peroxide activiteit uit te drukken die aanwezig is in zuivere, kwaliteitsvolle Mānukahoning.

Door de non-peroxide activiteit en de waterstofperoxide activiteit, die voorkomt in alle honingsoorten, samen te nemen (Total Activity of TA) en dit onder één waarde samen te brengen op het etiket, kan de consument misleid worden en geloven dat hij sterk actieve Mānukahoning op de kop tikt. In realiteit heeft deze consument echter niet-actieve Mānukahoning gekocht, waarbij enkel de waterstofperoxide antibacteriële activiteit toedraagt tot de “hoge” factor.

 

Bronnen:

Stephens, Jonathan McD. C. (2006). The factors responsible for the varying levels of UMF in Mānuka (Leptospermum scoparium) honey. http://researchcommons.waikato.ac.nz/bitstream/handle/10289/2655/thesis.pdf?sequence=2&isAllowed=y

http://www.purenewzealandhoney.com/umf-manuka-honey/

http://www.umf.org.nz/umf-trademark/methylglyoxal-npa-honey-conversion-calculator

"Manuka honing, heilzaam middel" www.wijwordenwakker.org/content.asp?m=m4&s=M62&ss=P1742&l=NL